Wielrennen in de Franse Alpen

Waar we andere jaren al lange tijd wisten waar we naar toe wilden op vakantie, lieten we dit jaar alle opties open. Of laat ik het zo zeggen, we kwamen maar niet tot een besluit. Willen we weer een citytrip net als onze reis vorig jaar (Helsinki – St Petersburg – Moskou) of liever verschillende landen ontdekken zoals het jaar daarvoor (Kroatie – Montenegro – Bosnië-Hercegovina)? Verschillende ideeën passeerden de revue, maar uiteindelijk werd het iets compleet anders: wielrennen in de Franse Alpen.

Toen dat besluit was gemaakt kwam de voorbereiding van slechts één week. Ik zocht een hotel, kocht een nieuwe wielrenfiets (mijn oude was niet Alpen-proof), maakte nog wat trainingskilometers icm hoogtemeters in Limburg, regelde oppas voor onze hond & kat en pakte last-minute mijn tas in met meer sport- dan vrijetijdskleding. He ho, let’s go. Met drie weken lang elke dag de Tour de France te hebben gevolgd en onderweg alle podcasts van Laurens ten Dam te hebben beluisterd waren we goed wielergek. Wielrennen is zoveel meer dan alleen de sport en dat schept een ongekend enthousiasme voor de dagen die komen gaan.

Dat enthousiasme wordt nog groter bij aankomst in ons hotel Auberge La Cure. De Nederlandse eigenaren Pim en Jorinde heette ons letterlijk ”welkom” en ondanks dat we ons in Frankrijk begeven, voelen we ons direct thuis. We pakken onze spullen uit, zetten onze wielrenfietsen veilig in een speciale schuur en strijken vervolgens neer op het terras met uitzicht op de prachtige bergen om ons heen. Het motto van Laurens ten Dam waar ik fan van ben geworden maakt zich meester: “live slow ride fast“. En dat is precies wat we gaan doen.

Alpe d’Huez & Col d’Ornon

Ons hotel ligt op een uitstekende locatie. Het voelt alsof we midden in een wielerspeeltuin liggen. Om ons heen liggen verschillende Col’s om te beklimmen, waaronder de bekende Alpe d’Huez. Mijn vriend stelt voor om deze direct te beklimmen. Ik twijfel even of deze “warming-up” niet iets te enthousiast is, maar heb ook vertrouwen in mijn eigen kunnen. Het voelt als de ultieme test hoe ik er qua benen voor sta. We scoren in Bourg d’Oisans nog een banaan, wat energierepen en een gevulde bidon met sportdrank en gaan op pad. Mijn vriend schiet bij de voet van de Alpe d’Huez direct weg. We hebben besloten ieder ons eigen tempo te fietsen en ik ben blij dat ik niet in mijn wiel hoef te blijven. Ik schakel mijn versnelling terug, vind al snel een goed tempo en blijf doortrappen. En doortrappen. En doortrappen. Van de analyse van de klim wist ik dat er steile stukken en iets minder steile stukken zouden zijn. Maar al snel laat ik die gedachte los, want minder steil blijkt nog steeds heel steil. Ik tel de bochten af, blijf vooruit, omhoog en om me heen kijken. En met name dat laatste. Ik heb het zwaar, maar besef me ook heel goed waar ik fiets. Ik zie de aanmoedigingen van de Tour de France voorbij komen en denk aan de vele renners. Vervolgens komt ook de gedachte van de Alpe d’Huzes in me op en ik merk dat mijn benen in een soort automatisme blijven fietsen. Gas erop. Gaan gaan gaan. Het bord van 5km komt in zicht, de laatste 5 bochten komen in zicht en het dorp zelf komt in zicht. Ik herken het. Nog een klein stukje en jawel, daar staat mijn vriend me op te wachten. Ik ben kapot maar ook weer niet. Ik stuiter van de kick dat ik de Alpe d’Huez heb beklommen, terwijl mijn vriend zijn wielrenfiets omdoopt tot een “betonmolen” (verzet 39 / 28 voor de kenners). Op het terras kletsen we over ieder ons eigen ervaring. We besluiten af te dalen om vervolgens nog een klim te doen, de Col d’Ornon. Volgens Pim van ons hotel een fijne route om in te komen. Maar aangezien wij de Alpe d’Huez als inkomertje hebben gepakt hopen we dat de Col d’Ornon als een soort cooling-down voelt. Als ik nog niet eens halverwege ben vraag ik mezelf af waarom we dit een goed plan vonden, maar ik weet dat de euforie achteraf het waard is. Et voila. Het is dit keer geen runnershigh maar een cyclinghigh die ik voel. Deze blijft hangen tijdens de afdaling van de Col d’Ornon naar ons hotel, waar we met een biertje op het terras direct alweer plannen maken voor de volgende dag.

Col de la Berarde

Wil je een iets makkelijkere, maar een niet minder mooiere Col beklimmen? Kies dan voor de Col de la Berarde. Vanaf Bourg d’Oisans ruim 30km een (uiteindelijk doodlopende) weg dwars door het National Parc Des Ecrins. Met twee hele steile stukjes denk je even ‘hoezo makkelijke route?’, maar als je de laatste kilometers heel relaxt vrijwel vlak kunt aftellen ben je de aanloop alweer vergeten. Het is niet de route die adembenemend is, maar deze keer het waanzinnige uitzicht. De weg leidt je door kleine bergdorpjes waarvan Vénosc zeker het bezoeken waard is. Dit is even van de route, maar de fijne terrasjes zijn een goed excuus voor een pauze. En die pauze zo af en toe, die hadden we nodig. Intotaal fietsen we ruim 100km en dat maakte deze rustigere dag niet minder rustig. We maakten weliswaar minder hoogtemeters, maar aan kilometers geen gebrek.

Col du Glandon, Col de la Croix de Fer & Col d’Ornon

De Alpe d’Huez is bij menig (amateur)wielrenner bekend. De Col du Glandon of Col de la Croix de Fer daarentegen iets minder, terwijl deze beklimming misschien nog wel net iets uitdagender is. Waar je bij de Alpe d’Huez na 12km (flink) klimmen boven bent, is de klim naar de Col de la Croix de Fer ruim 30km lang met zeer steile stukken omhoog. Ik ben dan ook ietswat zenuwachtig ‘s ochtends bij het ontbijt. Een soort marathon spanning, omdat je mindset qua doorzetten op de proef gesteld gaat worden. Toch ben ik ook vol vertrouwen: ik kan dit. Ik weet van mezelf dat ik kan doorgaan als ik wil stoppen. Ik moet gewoon een tempo vinden die goed voelt, goed blijven drinken en eten onderweg en niet te veel nadenken maar gewoon maar doen. En dat doe ik. Waar het begin vaak het makkelijkste is, heb ik dat gevoel nu niet. De klim in het bos voelt eindeloos en ik twijfel of ik op de goede route zit, omdat de route-/kilometeraanduiding nergens te bekennen is. Echt verkeerd fietsen is niet mogelijk, dus ik blijf maar trappen in de hoop op een bordje binnenkort. Deze komt er en ik ben blij dat ik de afgelegde hoogtemeters niet voor niks heb gefietst. Het aantal afgelegde kilometers valt alleen wat tegen. Man, wat gaat het langzaam. Ik besef me dat die 12km van de Alpe d’Huez toch wel een heel verschil is en denk aan de voorstudie van de route die we hebben gedaan. Mijn vriend haalt me halverwege in (hij is later gestart) en ik stel voor om even te pauzeren, maar niks ervan. Hij wil graag doorfietsen en geïrriteerd als ik ben geef ik hem vervolgens gelijk. Halverwege pauzeren is net als wandelen tijdens de marathon en dat is iets wat je probeert te voorkomen. Toch volgt er wel even een soort pauze in een korte afdaling. De benen hebben even rust, terwijl de focus op de weg blijft omdat de weg met 12% steil naar beneden gaat. Even geniet ik van de verkoelende wind, de snelheid, de paar meters “cadeau”, om vervolgens weer een tempo te vinden op de steile weg die voor me opdoemt. Waar ik met hardlopen kan blijven gaan, merk ik dat ik ook met wielrennen vrij makkelijk in beweging kan blijven. Mijn benen verzuren (nog) niet, het is alleen mijn mindset die zich continu afvraagt wat ik aan het doen ben. De welbekende strijd van doorzetten. Ik weet dat ik dat kan en dat gevoel wordt nog eens versterkt als ik voor me de route zie liggen. In de verte zie ik de weg kronkelend omhoog richting de bergkam. Ondanks dat het nog ver weg is, heb ik het gevoel dat ik er bijna ben. En dat geeft me energie! Met een banaantje en een slok drinken denk ik aan de hoogte-/kilometers die achter en voor me liggen en maak weer de vergelijking met de marathon. Dit voelt als het 30km-punt. Weten dat je al zover bent, maar toch nog 12km te gaan hebt. Nu moet ik wel zeggen dat ik de Col de la Croix de Fer niet in één keer heb beklommen, want bij de Col du Glandon die er links voor ligt, pauzeer ik wel even met mijn vriend. Hij staat daar al even te wachten als ik vol enthousiasme aan kom fietsen. Oh yeah, we zijn er bijna. De Col du Glandon is een beklimming op zich en een topfoto kan niet ontbreken voor we aan de laatste kilometers beginnen naar de Col de la Croix de Fer. Ik ga dit keer weer voorop, maar waar ik eerst werd ingehaald, blijf ik nu mijn vriend voor. Waar ik de energie vandaan haal weet ik niet, maar met zicht op de finish durf ik al mijn reserves aan te spreken. Ik zet aan. Pijn verdwijnt in mijn benen en maakt plaats voor euforie. Ik vind het ongekend dat ik op basis van mijn hardloopconditie deze wielerprestatie “even” neerzet. Trots klik ik uiteindelijk mijn voeten uit mijn fietspedalen, kijk om me heen en herken het ijzeren kruis (Croix de la Fer) op de top. We maken wederom een foto en willen op het terras proosten op deze prestatie, tot we tot de ontdekking komen dat er boven natuurlijk geen elektriciteit is en we alleen contant kunnen betalen. Er zit helaas niets anders op dan afdalen naar het dal al is dat een cadeau op zich. Met snelheden van bijna 70km/ph vliegen we omlaag. Waar ik afdalen op de mountainbike eng vind, durf ik op mijn wielrenfiets vol gas te gaan. Of naja vol gas, het afdalen op snelheid gaat vanzelf. De weg die we naar boven zijn gefietst dalen we nu af en ik herken de route, de bochten, de steile en minder steile stukken. De uren die we naar boven zijn gefietst ruilen we in voor een minuten-lange afdeling. Veilig, verantwoord, maar ook vol vreugde. Wauw. De energie is terug! Aangezien het nog maar 13u is besluiten we op het terras om als afsluiter (net zoals na de Alpe d’Huez) de Col d’Ornon nog te beklimmen. Niet omdat dit nou zo’n makkelijke klim was, maar meer om de uitdaging van de dag compleet te maken. Gek als we zijn doen we dit. Als mijn benen weer merken dat de weg steil omhoog gaat vraag ik mezelf dan ook direct af waarom eigenlijk. Maar net zoals bij de Col du Glandon & Col de la Croix de Fer is opgeven geen optie. Het is deze keer zowel fysiek als mentaal dat we onszelf uitdagen, maar wederom met succes met want na ruim een uur beginnen we ook na deze klim aan de welverdiende afdaling.

Het verblijf: Auberge La Cure

Waar moet ik beginnen? Of het komt door de Nederlandstalige eigenaren, de gastvrijheid, de fantastische keuken, de gemeenschappelijke liefde voor de bergen, de natuur, de huisdieren, kortom het buitenleven. Niet vaak heb ik me zo thuis gevoeld als in Auberge La Cure. Vanuit oprechte interesse en een zichtbaar enthousiasme maken Pim en Jorinde het hun gasten naar de zin. Althans, zo hebben wij het ervaren. En tel daar de fantastische ligging bij op. Middenin de bergen, in een rustig klein bergdorpje, tussen een eigen groentetuin omringd met paarden, eigen varkens en twee honden. Mooier kan haast niet. Daarnaast ligt Auberge La Cure min of meer aan de voet van de klim naar de Col du Glandon en de Col de la Croix de Fer. Het is vanaf het hotel nog geen 15km fietsen (bergafwaarts) naar Bourg d’Oisans, het begin van de Alpe d’Huez. En op nog geen 30min rijden ligt een heerlijk zwemmeertje met een strand voor rustdagen. Ga je in de winter, dan kun je je voorstellen dat dit hotel middenin een prachtig skigebied ligt. Iets wat ik zeker nog een keer wil ontdekken. Naast de andere seizoenen. Het was een korte vakantie, maar ik ben hier volledig “tot rust” gekomen, omdat elk moment van de dag puur genieten was. Een regelrechte aanrader voor wieler-, sport-, outdoor- en natuurliefhebbers. Het verblijf hier geeft je ontspanning én inspanning door de oneindig veel mogelijkheden in de ó zo mooie en indrukwekkende bergen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *