Marathon Rotterdam 2016 – 21,1km tot 30km

Marathon IIIHet halfway-point van een marathon bereiken is leuk, maar voor mij niet meer dan dat. Ik besef me direct dat ik op de helft zit en dus nog 21(!)km moet hardlopen tot de finish. Ik slik en besef me direct dat deze 21km zwaar gaan worden. Ik voel mijn benen, maar weet ook dat het erbij hoort. Een marathon loop je nu eenmaal niet vanzelf, met name die laatste 21km tot aan de finish niet. Op naar de (steeds zwaarder wordende) kilometers tussen 21,1km naar het 30km-punt.

Ik (her)ken het parcours en dat geeft me een idee waar ik ben. Aan de ene kant fijn, maar aan de andere kant besef ik me daardoor ook des te meer wat ik nog allemaal moet passeren. De eerste 21km van de marathon was ik soms met mezelf in gedachten, maar vanaf het halfway-point is dat bijna non-stop het geval. Ik loop richting metrostation Maashaven en hoor mijn broer roepen dat daar mijn familie weer staat om me aan te moedigen. Ik doorbreek mijn gedachten aan alles wat nog gaat komen en focus me op het stuk naar Maashaven. De energygel die ik op het 21km-punt heb opgeslurpt lijk ik te voelen. Is daar een boost aan energie? Ik hoop het, want ik kan het gebruiken. Mijn benen lijken zwaarder te worden, maar mijn hoofd wordt weer iets lichter. Bij Maashaven zie ik mijn broer en mijn ouders en dat voelt enorm fijn. Het lukt me op de een of andere manier niet om enthousiast te reageren zoals ik andere jaren deed, maar voel de boost wel die ze me geven. Ik glimlach, maar focus me ook direct weer op het hardlopen. Ook zie en hoor ik Marieke en Henk-Jan weer. Zij reizen samen heel Rotterdam door om (on)bekenden aan te moedigen en ook al kennen we elkaar alleen maar via blogevents en social media, hun aanmoedigingen keer op keer zijn ontzettend leuk. Net zoals aanmoedigingen van andere bekenden en onbekenden, al gaat heel veel ook onbewust langs me heen. Ik focus me op het hardlopen en voel steeds meer aan mijn benen dat de marathon echt “aan” is.

Mijn gedachten schieten van mijn pace, naar de hoeveelheid kilometer die ik al heb afgelegd, die ik nog heb te gaan, naar de vraag “hoe voel ik me?”, naar het volgende moment dat ik zeker weet weer bekenden te zien die me aanmoedigen. Op Laan op Zuid staan mijn vriend en mijn schoonfamilie en ik loop hun tegemoet. Mijn broer fietst nog steeds naast me en coacht me af en toe met de woorden “het gaat goed”. Dat klinkt saai en eentonig, maar deze drie woorden geven me continu de bevestiging dat het inderdaad goed gaat. Mijn pace blijft hetzelfde en wil ik hetzelfde houden. Terwijl ik mijn vriend en schoonfamilie passeer weet ik niet hoe ik moet reageren. Ik ben blij en trots op mijn pace, maar het moment is nog niet daar om een vreugdedansje te doen. Ik lig misschien op schema voor een marathon onder de 4.00u, maar ik moet nog een helse afstand afleggen tot aan de finish dus dat gevoel verdwijnt ook weer snel. Ik ben hen alweer gepasseerd zonder er erg in te hebben en focus me op het volgende: de Erasmusbrug.

In de buurt van metrostation Wilhelminaplein is het een gezellige drukte van supporters. Publiek schreeuwt je min of meer de Erasmusbrug op, maar waar dit na de start ook daadwerkelijk het geval was, voelt dit nu niet zo. Mijn benen voelen de brug. Ze protesteren bij elke stap omhoog. Ik verlaag mijn pace, neem kleinere stapjes en merk dat het hoogste punt van de brug langzaam dichterbij komt. Mijn broer ziet me bijten en coacht me de brug op en weer af. Ik zie en hoor in een flits nog bekenden maar ben en blijf met mezelf in gedachten.

Ik loop richting de Coolsingel maar moet nog “even” een lusje Kralingse bos maken. En over lusjes gesproken, het is tijd om een lus te maken en onder de weg door te gaan richting Blaak, weg van de Coolsingel, weg van de finish. En wederom steil naar beneden en steil omhoog. Een lekkere killer voor de bovenbenen. Ik bijt op mijn tanden mezelf omhoog en blijf lopen. Ik neem ondertussen een energygel op het 28km-punt en dwing mezelf te genieten bij Blaak van de keiharde muziek. Het is waanzinnig; het publiek, de muziek, mijn pace, de weersomstandigheden, kortom alles, behalve mijn benen. Damn, de vermoeidheid slaat toe. Mijn benen worden steeds zwaarder en mijn focus wordt minder. Het moment van genieten van alles om me heen is maar van korte duur. Ik richt me weer op mezelf, keer min of meer in mezelf, en ook al hoor ik bekenden me aanmoedigen, echt reageren lukt me niet meer. Het 30km-punt komt in zicht maar hoe ga ik die laatste 12km volbrengen?

Ik heb er geen antwoord op. Mijn gedachten gaan wederom van rekensommetjes van kilometers naar mezelf afvragen wat ik nodig heb. Ik denk aan water, aan een Powerbar winegum met energygel en voor het eerst aan wandelen. Ik kan niet meer. Ik wil niet meer. Is dit de man met de hamer? Op dat moment komt mijn broer weer naast me fietsen en moedigt me weer aan: “Kom op, laatste 12km, je ligt super goed op schema!” Ik besef me dat ik inderdaad goed op schema lig voor een tijd onder de 4.00u, maar op dat moment kan het me even gestolen worden. Ik wil wandelen. Ik kijk naar mijn broer, schud met mijn hoofd en wandel heel even. Meteen is het besef daar: dit gaan nog twaalf lange zware kilometers worden naar de finish toe. Het gaat een strijd worden die ik nog niet ken, ook al heb ik twee keer eerder een marathon gelopen. Daarover binnenkort meer, in mijn laatste verslag over de kilometers naar de finish toe. Het zwaarste stuk, maar misschien ook wel het mooiste deel van de marathon. Binnenkort online.

Meer lezen over de Rotterdam marathon 2016:
– Een terugblik van het moment van finishen tot the day after – klik hier
– Van de start tot de eerste 10km – klik hier
– Van het 10km-punt naar 21,1km, het halfway-point – klik hier

Ph by marathon-photos.com

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *